|
Inleiding
Er is sprake van een verslaving als iemand fysiek of mentaal afhankelijk is van een gewoonte of een bepaalde stof. De behoefte hieraan kan je leven verwoesten: alle tijd en energie gaat op aan het proberen te verkrijgen hiervan. De verslaving kan begonnen zijn als een vlucht voor problemen die iemand op dat moment had: het heeft de problemen echter niet opgelost. Hij/zij dient nu eerst van de verslaving "af te kicken" om aan eventuele onderliggende problemen te werken. En afkicken is zwaar: dit lukt alleen als iemand goed gemotiveerd is. Erkenning is de eerste fase.
Een verslaving kan bestaan uit een verslaving aan een gewoonte, gebruik of handeling, of aan een middel.
Een gewoonteverslaving is een verslaving aan een handeling die voor iemand van belang is om zich goed te voelen of een kick te krijgen. Enkele voorbeelden hiervan zijn: gokverslaving, chatverslaving, internetverslaving, gameverslaving, seksverslaving of workaholisme.
Een middelenverslaving is een verslaving die in stand gehouden wordt door het gebruik van een middel of substantie, die verslavend is doordat het een directe werking in de hersenen heeft. Hierbij valt te denken aan cocaine, nicotine, alcohol, opium, LSD, marihuana, verslavende medicijnen (valium), partydrugs en "verkrachtingsdrugs".
Een verslaving kan zich profileren als een lichamelijke verslaving of een geestelijke verslaving. Lichamelijk wil zeggen dat het lichaam niet meer zonder de middelen kan functioneren; bij een geestelijke verslaving heb iemand zelf sterk de behoefte aan middelen. In het eerste geval zal het lichaam ontwenningsverschijnselen vertonen als het middel niet meer toegediend wordt. In het tweede geval is iemand zo gefocust op het verkrijgen van de middelen of handelingen dat zijn/haar hele leven daarop is ingericht.
|